In het kort
- Er bestaat geen waterklasse voor pakketbrievenbussen. EN 13724:2013 gaat over inwerpopeningen en is niet vrij in te zien.
- Van de merken waarvan wij een pagina konden lezen, publiceert niemand een testmethode of een IP-code.
- Water komt binnen via gleuf, klep, scharnierlijn, deurnaad, schroefgaten en de naad tussen kap en romp.
- Condens hoort erbij: plaat onder het dauwpunt wordt binnenin nat zonder regen.
- Nederland krijgt normaal 795 mm neerslag per jaar, De Bilt 53 vorstdagen.
- Beoordeel een box op overstek, zelfsluitende klep, naadopbouw, afwatering en coating over zink.
Pakketten worden in buitenboxen nat omdat er geen norm bestaat die een pakketvak op regen test, en omdat vrijwel niemand in deze markt publiceert wat zijn box wel doet. Wat je zelf kunt beoordelen is de opbouw: waar de openingen zitten, of de klep zichzelf sluit, hoe de naden lopen en of het water ergens weg kan.
Hieronder staat wat wij op 26 augustus 2026 hebben nagelopen bij normuitgevers, bij het consumentenloket van de ACM, bij het KNMI, bij PostNL en bij tien merken brievenbussen en pakketkasten. Je leest per bron wat er staat, en net zo belangrijk: per merk of wij het konden nakijken of niet. Dat onderscheid vind je in een webshop niet, omdat een webshop de teksten van de fabrikant doorgeeft en niet de bronnen ernaast legt. Wij maken onze boxen zelf in onze eigen fabriek, dus wij weten waar een plaatstalen kast water laat en waar niet, en we schrijven het op met de bron erbij of met de mededeling dat de bron ontbreekt.
- 795 mmnormale jaarlijkse neerslagsom in Nederland, KNMI
- 53vorstdagen per jaar in De Bilt, normaalwaarde KNMI
- 12,5 l/minwaterstraal in de IPX5-test volgens IEC 60529
- 55 µmzinklaag die in klasse C3 50 tot meer dan 100 jaar meegaat, Zinkinfo Benelux

Wat zegt de norm voor brievenbussen over regen en water?
De Europese norm voor brievenbusopeningen is NEN-EN 13724:2013, met de titel "Postal services - Apertures of private letter boxes and letter plates - Requirements and test methods". Hij is gepubliceerd op 1 april 2013, telt 33 pagina's en kost bij het Nederlands Normalisatie-instituut 92,65 euro, of 85,00 euro met korting. Dat is meteen het eerste dat opvalt: de enige norm die in deze markt wordt aangehaald, is een document dat een consument niet kan lezen zonder er bijna honderd euro voor te betalen.
De scope van de norm luidt letterlijk: "This European Standard specifies the requirements and the test methods of the apertures for the delivery of letter post items when fitted in accordance with the manufacturer's instructions. It takes into account security, impregnability, safety and performance for the recipient, and ergonomics and efficiency for delivery personnel." Lees dat woord apertures goed. De norm gaat over de opening waardoor post naar binnen gaat, niet over de kast als geheel en niet over een pakketvak. In de scope en het abstract op de NEN-productpagina komen de woorden regen en water niet voor.
De watertest die wij niet konden bevestigen
Er circuleert wel een getal. In een samenvatting van de norm die de Britse vakbond CWU in februari 2018 publiceerde, staat: "resistance against water penetration (to test this a special sprinkling system is used, maximum penetration allowed is 1 ccm)". Eenvoudig gezegd: er zou een sproeitest zijn waarbij maximaal 1 cm3, dus 1 milliliter water, mag binnendringen. Dat cijfer is nergens anders bevestigd en het komt uit een vakbondsdocument, niet van een normuitgever. Wij hebben de volledige normtekst niet kunnen inzien: NEN verkoopt hem, DIN Media, BSI en AFNOR verkopen hem ook, en de cataloguspagina van iTeh Standards gaf geen inhoud. Neem het getal van 1 milliliter dus als indicatie uit een samenvatting, niet als normcitaat.
Fabrikanten die de norm samenvatten, zeggen er wel iets over. Max Knobloch beschrijft de eisen van DIN EN 13724 onder meer als "Resistance to corrosion according to EN 1670 and against the ingress of water (rain test and determination of the permitted amount of water that has penetrated)", met als praktisch gevolg "no wet mail with proper delivery". Briefkasten-Manufaktur schrijft dat geposte post niet aangetast mag worden door de gedefinieerde watertest zolang de openingen gesloten zijn, en zegt er zelf bij dat hun pagina slechts een samenvatting is. De Knobloch-configurator formuleert het als een absolute eis: "Das Postgut darf grundsätzlich im Briefkastenfach nicht durchnässt werden (oder gar im Wasser stehen)." Cenator schrijft dat alleen gesloten brievenbussen gebruikt mogen worden, zodat de post bij regen niet nat wordt.
Vier fabrikanten, vier formuleringen, en geen enkele die het sproeidebiet, de sproeihoek, de duur of de afstand noemt. Wij hebben die testparameters gezocht en niet gevonden. Dat betekent niet dat de test niet bestaat, het betekent dat je als koper niet kunt controleren of een box hem doorstaat.
Waterklassen bestaan hier niet
Belangrijker dan het ontbrekende debiet: in geen van de bronnen die wij raadpleegden bestaat een klasse-indeling voor regen- of waterdichtheid binnen EN 13724. De norm werkt met inwerpmaat-klassen. Volgens Briefkasten-Manufaktur en de Knobloch-configurator zijn dat er drie: formaat 1 dwars, 325 tot 400 mm breed bij 30 tot 35 mm hoog; formaat 2 langs, 230 tot 280 mm breed bij 30 tot 35 mm hoog; en formaat 3 dwars en hoger, 325 tot 400 mm breed bij 35 tot 45 mm hoog. Getest wordt met een flexibel proefstuk van 24 mm dik dat er ongevouwen en onbeschadigd door en weer uit moet. Ter vergelijking: een envelop van formaat C4, waar een A4 in past, is 229 bij 324 mm.
Dat is dus wat er wel geklasseerd wordt: de maat van het gat. Niet hoeveel water erdoor naar binnen waait. Wie meer wil weten over de maten waar het in Nederland op aankomt, leest de brievenbus-eisen in Nederland.
De bronnen zijn het niet eens over de hoogte
Nog een voorbeeld van hoe wankel de secundaire informatie is. Over de inbouwhoogte van de inwerpopening zeggen drie bronnen drie dingen. Het CWU-document noemt 700 tot 1700 mm boven de grond. De Knobloch-configurator noemt dezelfde 700 tot 1700 mm voor de onderkant van de laagste en de bovenkant van de hoogste opening, en daarnaast een aparte eis dat de slotas tussen 900 en 1300 mm moet zitten. Cenator noemt minimaal 70 en maximaal 170 cm en adviseert 120 tot 140 cm. Drie samenvattingen van dezelfde norm, drie verschillende sets getallen.
Wat de Nederlandse toezichthouder eist
De ACM publiceert via haar consumentenloket wel eisen die in Nederland gelden. Die zijn concreet: de brievengleuf moet minimaal 26,5 centimeter lang en 3,2 centimeter breed zijn, de gleuf zit het beste op 110 centimeter vanaf de grond en in elk geval niet lager dan 60 en niet hoger dan 180 centimeter, de brievenbus staat maximaal 10 meter van de openbare weg, en de opvangruimte achter de gleuf is minimaal 27 bij 15 bij 38 centimeter. In die eisen staat niets over regen, water of weersbescherming. Je kunt in Nederland dus volledig aan de gepubliceerde eisen voldoen met een bus waarin post nat wordt. Zie de eisenpagina van het ACM-consumentenloket.
Welke merken publiceren iets over regendichtheid, en wat konden wij nakijken?
Dit is het hoofdstuk waarom deze pagina bestaat. Wij hebben op 26 augustus 2026 per merk de homepage en waar mogelijk een productoverzicht opgehaald en gescand op water, regen, vocht, waterdicht, afwatering, drainage, afdichting, weerbestendig, EN 13724 en IP-code. De uitkomst staat hieronder, en wij maken daarbij een onderscheid dat je zelden ziet: wat wij konden lezen, en wat wij niet konden ophalen. Een site die een 401 of een DNS-fout geeft, zegt niets over het merk. Wij schrijven dat dan ook zo op.
| Merk | Wat wij op de bekeken pagina vonden | Konden wij het nakijken? |
|---|---|---|
| Allux | Een claim over corrosie, niet over water: "12-year guarantee against rust corrosion". Geen regen, water, afwatering of EN 13724. | Ja, homepage gelezen. Vervolgpagina's gaven 404. |
| Bravios | Een vage claim: "weerbestendig", zonder onderbouwing, zonder materiaalspecificatie, zonder afdichting of afwatering. | Ja, homepage gelezen. De subpagina gaf 404. |
| Logixbox | Niets over water. Wel "sterke, duurzame materialen" en een verwijzing naar hoogwaardige kwaliteit. | Ja, homepage gelezen. Vervolgpagina's gaven 404. |
| Frabox | Niets over regenbescherming, waterdichtheid, afwatering of EN 13724 op de homepage. | Ja, homepage gelezen. |
| Max Knobloch | De meest expliciete fabrikant die wij vonden: regentest, wateropname-eis, EN 1670 en een eigen corrosieklasse 3, gelijk aan 96 uur zoutnevel. | Ja, twee pagina's gelezen. |
| Cenator | Alleen gesloten brievenbussen gebruiken zodat post bij regen niet nat wordt. Geen testmethode, geen cijfer. | Ja, normpagina gelezen. |
| Briefkasten-Manufaktur | Watertest bij gesloten openingen, en het advies om slagregen, opspattend water en het ontbreken van een overkapping mee te nemen in de planning. | Ja, blogpagina gelezen. |
| eSafe | Geen enkele uitspraak vastgesteld. De site is een JavaScript-applicatie: de opgehaalde HTML bevatte alleen "Loading..". | Nee. Niet vast te stellen, subpagina's gaven 404 of een servererror. |
| Renz | Geen uitspraak vastgesteld. | Nee. Het domein gaf tweemaal HTTP 401, dus afgeschermd. |
| Burg-Wächter | Via retailers is wel vastgesteld dat bussen als "EU-norm EN 13724" verkocht worden. Dat gaat over de norm, niet over waterdichtheid. | Nee, niet bij de fabrikant zelf: servererror en 404 op alle geprobeerde paden. |
| Keilbach | Geen uitspraak vastgesteld. | Nee. De fetch werd geweigerd omdat robots.txt niet op te halen was. |
| Parcel Home | Geen uitspraak vastgesteld. | Nee. DNS-fout, de domeinnaam was niet te herleiden. |
| Bloq.it (elektronische pakketkluizen) | Geen IP-code op de opgehaalde pagina, wel de marketingtekst "reliable, cost-competitive, and equipped with cutting-edge technology". | Ja, homepage gelezen. |
De conclusie is scherp en beperkt zich tot wat wij daadwerkelijk lazen. Van de merken waarvan een pagina te lezen was, Allux, Bravios, Logixbox, Frabox, Knobloch, Cenator, Briefkasten-Manufaktur en Bloq.it, publiceert niemand een testmethode, een gemeten waterindringing, een IP-code of een specificatie van afdichting of afwatering. De sterkste claims zijn een garantietermijn tegen roest van twaalf jaar en het woord weerbestendig zonder definitie. De enige fabrikant die een meetbaar getal noemt, doet dat over corrosie en niet over water.
Van vijf merken kunnen wij niets zeggen, en dat schrijven wij ook op: eSafe, Renz, Burg-Wächter, Keilbach en Parcel Home waren op 26 augustus 2026 niet na te kijken op de manier waarop wij de andere merken hebben nagekeken. Van Radius Design, Juliana en de brievenbusfabrikant MEFA konden wij niet eens vaststellen welk domein het juiste was. Wie op basis daarvan zou schrijven dat die merken niets publiceren, verkoopt je een conclusie die niet is onderzocht.
Let op. Ook bij aanbieders van elektronische buitenpakketkluizen, waar een IP-code normatief juist wel op zijn plaats zou zijn, vonden wij er geen. Bij Bloq.it stond er geen op de opgehaalde pagina, en de productpagina van Cleveron gaf een 404.

Wat betekenen IPX4, IPX5 en IPX6 in liters per minuut?
Als er geen waterklasse voor brievenbussen bestaat, waar meet je dan mee? Het enige objectieve stelsel dat er is, is de IP-code uit IEC 60529. De actuele uitgave is IEC 60529:1989 plus AMD1:1999 plus AMD2:2013 CSV, editie 2.2, gepubliceerd op 29 augustus 2013. En hier zit direct een addertje: de scope luidt dat de norm "applies to the classification of degrees of protection provided by enclosures for electrical equipment with a rated voltage not exceeding 72,5 kV".
Een brievenbus zonder elektronica is geen elektrisch materieel en hoeft dus geen IP-code te hebben. Een fabrikant die IP44 op een postkast zet, gebruikt de code buiten haar normatieve toepassingsgebied. Dat kan informatief zijn, maar het is geen normconformiteit in de zin van IEC 60529. Toch is het het enige getal waarmee je twee kasten op waterdichtheid naast elkaar kunt leggen, en daarom leggen we het hier uit. De schrijfwijze IPX4 betekent: het eerste cijfer, voor stof en vaste voorwerpen, is niet getest of niet opgegeven, en het tweede cijfer, voor water, is 4. Streepjes horen er niet in: IPX-8 is geen geldige code.
| Code | Wat er getest wordt | Testparameters | Wat dat zegt over een buitenbox |
|---|---|---|---|
| IPX0 | Geen bescherming tegen binnendringend water | Geen test | Zegt niets, en betekent in de praktijk dat er niet getest is |
| IPX1 | Verticaal vallende druppels | 10 minuten, equivalent van 1 mm neerslag per minuut | Alleen zinvol onder een dak of diep overstek |
| IPX2 | Verticaal druppelend water, behuizing 15 graden gekanteld | 10 minuten totaal, 2,5 minuut per stand in vier standen, 3 mm per minuut | Zegt iets over een scheefstaande kast, niet over slagregen |
| IPX3 | Sproeiend water tot 60 graden uit de verticaal | 10 minuten met oscillerende buis of 5 minuten met sproeikop, 0,07 l/min per opening, sproeier 6,3 mm | Regen die iets schuin valt, dus lichte wind |
| IPX4 | Spattend water uit elke richting | 10 minuten met oscillerende buis of 5 minuten met sproeikop, zonder afschermplaat, dus de volle hoek | Regen uit alle richtingen, ook opspattend water van de stoep |
| IPX5 | Waterstraal uit een mondstuk van 6,3 mm, uit elke richting | Minimaal 3 minuten, 12,5 l/min, 30 kPa, afstand 3 meter | Slagregen die met kracht tegen een naad slaat |
| IPX6 | Krachtige waterstralen uit een mondstuk van 12,5 mm | Minimaal 3 minuten, 100 l/min, 100 kPa, afstand 3 meter | Zwaarder dan wat een gevel in Nederland te verwerken krijgt |
| IPX7 | Onderdompeling | Tot 1 meter diepte | Niet relevant, tenzij je box in een plas staat |
De parameters in deze tabel komen uit een technische samenvatting van IEC 60529 en zijn op 26 augustus 2026 geraadpleegd. Een primaire IEC-pagina met de volledige tabel hebben wij niet kunnen ophalen: twee pagina's van iec.ch gaven een HTTP 403. Alleen de scope en de publicatiedatum van IEC 60529 staan primair vast via de IEC Webstore. Een tweede leverancier van IP-tabellen, DSMT, geeft dezelfde omschrijvingen maar publiceert geen liters, geen kPa en geen tijdsduur.
Het verschil dat je in de winkel niet uitgelegd krijgt
Voor het exacte debiet van de IPX4-test in liters per minuut hebben wij geen citeerbare bron gevonden. In de praktijk wordt daar vaak 10 l/min bij genoemd, maar dat kwam in dit onderzoek niet in een bron terug, dus wij zetten het getal er niet neer. Wat wel vaststaat, is het verschil tussen de twee families. IP44 en IP54 testen op sproeiend water. IP55 en IP65 testen op een straal van 12,5 l/min uit een mondstuk van 6,3 mm bij 30 kPa. Dat is precies het verschil tussen gewone regen en slagregen die onder druk tegen een naad slaat. Twee boxen die er identiek uitzien, kunnen aan weerszijden van die grens zitten, en zonder gepubliceerde code weet je niet aan welke kant.
Waar komt het water precies binnen bij een pakketbrievenbus?
Nu de techniek. Een pakketbrievenbus heeft, anders dan een gewone brievenbus, minstens twee grote openingen: de inwerpklep waar de bezorger het pakket in doet en de deur waar jij het uithaalt. Elke opening is een naad, en elke naad is een mogelijke waterweg. Hieronder benoemen wij de zeven plekken waar water binnenkomt. Dit is constructieve analyse op basis van de opbouw van een plaatstalen kast, geen meting, en wij hangen er geen cijfer aan dat wij niet hebben.
- De brievengleuf. Een gleuf van minimaal 26,5 bij 3,2 centimeter is per definitie een gat in de voorzijde. Bij wind die frontaal op de gevel staat, waait daar water door naar binnen tenzij er een overstek of een neerklappende binnenlip achter zit.
- De pakketklep. De klep is de grootste opening van de box. Volgens de Knobloch-configurator moet een inwerpklep zich onafhankelijk van opstelplaats en montagewijze na het posten zelfstandig sluiten. Een klep die half openblijft, is de meest directe waterweg die er is.
- De scharnierlijn van de klep. Op de plek waar de klep draait, zit een doorlopende spleet. Zit die spleet aan de bovenzijde en zonder overstek erboven, dan loopt regenwater er langs de plaat naartoe.
- De deurnaad. Rondom de deur loopt een naad die tijdens gebruik honderden keren per jaar beweegt. Boven de deur telt vooral of de bovenrand van de kast over de deur heen valt, of er juist achter wegduikt.
- Schroefgaten aan de bovenzijde. Een gat in het bovenblad, gemaakt voor montage of voor een naamplaatje, is een trechter. Water dat op het bovenblad blijft staan, zoekt de laagste opening.
- De naad tussen kap en romp. Twee platen die tegen elkaar aan zitten, laten water door via capillaire werking, tenzij ze elkaar overlappen in de richting waarin het water loopt of tenzij de naad een omweg maakt.
- Opwaaiend en opspattend water. Briefkasten-Manufaktur noemt slagregen, opspattend water en het ontbreken van een overkapping als de drie risico's die je al bij het plannen van de plek moet meewegen. Water dat van de stoeptegels omhoog spat, komt bij een laag geplaatste box aan de onderzijde binnen.
Tegenover elke waterweg staat een constructief detail: een druiprand die het water van de naad afhoudt, een waterlijst die het naar voren leidt, een overstek dat de naad uit de regen houdt, en een labyrintnaad waarin water twee keer om een hoek moet voordat het binnen is. Die begrippen komen uit de bouw, en juist daar liep ons bronnenonderzoek vast: de Nederlandse bouwkundige naslag die deze details beschrijft, weigerde de opvraging, en een normpagina met waterdichtheidsklassen voor ramen en deuren konden wij niet vinden. Wij noemen de details daarom als vaktechnische logica en niet als bronclaim.
- Een inwerpklep moet zichzelf sluiten, ongeacht opstelplaats en montage
- Alleen gesloten brievenbussen gebruiken, zodat post bij regen niet nat wordt
- Slagregen, opspattend water en het ontbreken van een overkapping horen in de planning van de plek
- De post mag in het postvak niet doornat worden of in water staan
- De maten van de inwerpopening, in drie formaatklassen
- Sproeidebiet, hoek, duur en afstand van de regentest in de norm
- Een klasse-indeling voor regendichtheid van brievenbussen
- Het debiet van de IPX4-test in liters per minuut
- Bouwtechnische naslag over druiprand, waterlijst en labyrintnaad
- Een fabrikant die een IP-code op een brievenbus publiceert
Waarom is een box binnenin nat terwijl het niet geregend heeft?
Dit is de vraag die ons het vaakst bereikt, en het antwoord heeft niets met regen te maken. Het gaat om condens. Het KNMI definieert het dauwpunt als "de temperatuur waarbij waterdamp begint te condenseren door afkoeling van de lucht". De relatieve vochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat; bij 100 procent is de lucht verzadigd. Buiten schommelt die relatieve vochtigheid volgens het KNMI van minder dan 20 procent tot 100 procent. Binnen ligt zij meestal tussen 60 en 70 procent.
Zakt een oppervlak onder het dauwpunt van de lucht eromheen, dan slaat waterdamp erop neer als vloeibaar water. Een plaatstalen kast is daarvoor een ideaal decor: staalplaat heeft weinig warmtecapaciteit en volgt de buitentemperatuur snel. Op een heldere nacht straalt het bovenblad warmte uit naar de hemel en koelt het onder de luchttemperatuur af. Komt er dan vochtige lucht langs, bijvoorbeeld als de zon opkomt en de temperatuur stijgt, dan condenseert vocht aan de binnenzijde van de plaat. Er is geen druppel regen naar binnen gekomen en er staat toch water in de box.
Het dauwpunt uitrekenen, als je dat wilt weten
Wie het precies wil weten, kan het dauwpunt benaderen met de Magnus-Tetens-formule: Td is gelijk aan b maal alfa gedeeld door a min alfa, met a is 17,625 en b is 243,04 graden Celsius, geldig van min 40 tot plus 50 graden Celsius. Praktisch gezegd: bij een luchttemperatuur van 10 graden en 90 procent relatieve vochtigheid ligt het dauwpunt vlak onder de luchttemperatuur, en dan is het voldoende dat een plaat een paar tienden graad afkoelt om nat te worden. Dat is in een Nederlandse herfstnacht de normale situatie, niet de uitzondering.
Wat helpt tegen condens, is luchtbeweging en een weg voor water naar buiten. Ventilatiegaten laten vochtige lucht weg voordat zij afkoelt, en drainagegaten op het laagste punt zorgen dat er geen laagje water blijft staan waarin een kartonnen doos zijn onderkant zet. Wij hebben hiervoor geen bouwfysische bron met een cijfer gevonden: er bestaat, voor zover wij konden nakijken, geen publicatie met een dauwpuntrekenvoorbeeld voor een onverwarmde metalen buitenkast. Behandel dit dus als vakkennis met een uitgelegd mechanisme, niet als een gemeten waarde. Wie condens en vocht wil volgen zonder de deur open te doen, leest ons artikel over een slimme pakketbrievenbus met sensor en notificatie.
Welk materiaal houdt het buiten het langst, en wat zegt 240 uur zoutnevel?
Een box die water buiten houdt maar in vijf jaar doorroest, heeft het probleem alleen uitgesteld. Voor materiaal en corrosie zijn er, anders dan voor regendichtheid, wel harde cijfers en wel een normstelsel. Dit is het best onderbouwde deel van dit artikel.
Verzinkt staal en de corrosiviteitsklassen C1 tot C5
ISO 12944-2:2017, gepubliceerd in november 2017, stelt atmosferische corrosiviteitscategorieën vast op basis van massaverlies of laagdikteverlies van standaardproefstukken. De indeling C1 tot C5 en CX komt uit EN ISO 9223 en 9224. Chloriden en zwaveldioxide zijn de bepalende parameters: hoe meer zout en zwavel in de lucht, hoe hoger de klasse. Zinkinfo Benelux, de branchevereniging voor verzinken, citeert de tabel met de zinkafname in het eerste jaar per categorie.
| Corrosiviteitscategorie | Zinkafname eerste jaar in g/m2 | Zinkafname eerste jaar in µm | Afname op lange termijn, 10 tot 30 jaar |
|---|---|---|---|
| C1 | tot 0,7 | tot 0,1 | minder dan 0,05 µm per jaar |
| C2 | 0,7 tot 5 | 0,1 tot 0,7 | tussen C1 en C5, volgens EN ISO 9224 |
| C3 | 5 tot 15 | 0,7 tot 2,1 | tussen C1 en C5, volgens EN ISO 9224 |
| C4 | 15 tot 30 | 2,1 tot 4,2 | tussen C1 en C5, volgens EN ISO 9224 |
| C5 | 30 tot 60 | 4,2 tot 8,4 | 2,2 tot 4,4 µm per jaar |
Het cijfer dat je moet onthouden staat een regel verder in dezelfde publicatie: bij een standaard zinklaagdikte van 55 micrometer geldt in categorie C3 een verwachte duur tot het eerste onderhoud van 50 tot meer dan 100 jaar. Dat is de reden dat zink op staal buiten de standaardoplossing is en niet een compromis.
ZINKAFNAME IN HET EERSTE JAAR, PER CORROSIVITEITSCATEGORIE
Bovengrens van de zinkafname in het eerste jaar per categorie. Bron: Zinkinfo Benelux, technisch infoblad 10, dat tabel 1 van EN-ISO 9223 citeert, geraadpleegd 26 augustus 2026.
Wat wij hierbij niet konden vaststellen, zeggen wij ook. De omschrijvingen per categorie, dus welke categorie hoort bij landelijk, stedelijk, industrieel of kust met matige of hoge zoutbelasting, hebben wij niet in een citeerbare bron gevonden. Daarmee is er ook geen bron voor een hard onderscheid tussen de Nederlandse kust en het binnenland. Wat vaststaat, is dat chloriden de belasting bepalen en dat de zoutbelasting aan zee hoger is. Woon je op een kilometer van het strand, ga dan uit van een hogere categorie dan iemand in Gelderland, en behandel dat als een gemotiveerde aanname en niet als een gepubliceerd cijfer.
Verzinken, coaten en het duplexsysteem
Er is verschil tussen manieren van verzinken. Thermisch verzinken volgens BS EN ISO 1461 vraagt voor staal dikker dan 6 mm een minimale laagdikte van 85 micrometer. Elektrolytisch verzinken vormt volgens dezelfde bron een dunnere maar veel sterkere binding met het staal. Een laagdiktegetal voor elektrolytisch verzinken hebben wij niet gevonden, dus het praktische gevolg is alleen kwalitatief te formuleren: een dunnere zinklaag heeft minder reserve als er een kras in komt.
Daar komt de coating bij. Poedercoating vraagt volgens de technische literatuur meestal een filmopbouw van meer dan 50 micrometer voor een acceptabel glad resultaat, en boven 300 micrometer wordt de wervelbedmethode gebruikt. De voorbehandeling is bepalend: olie, vuil, vet, metaaloxiden en walshuid moeten eraf, chemisch met fosfaten of chromaten in dompel- of sproeitoepassing, of mechanisch door stralen met staalgrit. Poedercoating wordt buiten gebruikt om de corrosiebescherming, de weerbestendigheid en de temperatuurvastheid.
Poeder over zink heet in de branche een duplexsysteem, en dat is de sterkste combinatie: de coating houdt water en zuurstof van het zink af, en het zink beschermt het staal op de plek waar de coating beschadigd raakt. Zinkinfo Benelux heeft er een apart technisch infoblad over, nummer 31, over ontgassingsverschijnselen bij poedercoatings op thermisch verzinkt staal. Wij noemen dat als vindplaats, want de inhoud ervan hebben wij niet opgehaald.
Kunststof, aluminium en roestvast staal
Hier moeten wij kort zijn, en dat is precies het punt. Voor UV-degradatie van kunststof brievenbussen, voor aluminium buiten en voor roestvast staal buiten hebben wij in dit onderzoek geen citeerbare bron opgehaald. Ook over filiforme corrosie, de draadvormige corrosie die zich onder een coating vanaf een beschadiging uitbreidt, en over het verschil tussen polyester en epoxy poedercoating op UV-bestendigheid vonden wij niets bruikbaars. Wie je vertelt dat aluminium per definitie beter is dan verzinkt staal, of dat kunststof nooit verkleurt, doet dat op eigen gezag. Wij schrijven liever op wat wij niet weten dan dat wij een vergelijking maken die niet te onderbouwen is.
Waarom 240 uur zoutnevel geen levensduurbelofte is
EN 13724 verwijst voor corrosiebestendigheid naar EN 1670, en die norm is vrij te lezen. EN 1670 kent vijf klassen met een bijbehorende duur in de neutrale zoutsproeitest volgens ISO 9227.
| Klasse volgens EN 1670 | Duur van de neutrale zoutsproeitest | Wat je ermee kunt |
|---|---|---|
| Graad 0 | Geen test, "no defined corrosion resistance" | Geen enkele uitspraak over corrosie |
| Graad 1 | 24 uur, plus of min 1 uur | Laagste getoetste niveau |
| Graad 2 | 48 uur, plus of min 2 uur | Binnentoepassing of beschutte buitenplek |
| Graad 3 | 96 uur, plus of min 4 uur | Het niveau dat Knobloch voor eigen brievenbusinstallaties opgeeft |
| Graad 4 | 240 uur, plus of min 4 uur | Het getal dat in de normsamenvatting van de vakbond wordt genoemd |
Zet die twee cijfers naast elkaar en je ziet het probleem waar een consument nooit op stuit. De samenvatting van EN 13724 noemt een zoutsproeitest van 240 uur. De fabrikant die er het meest open over is, geeft voor zijn eigen installaties klasse 3, dus 96 uur. Dat is een verschil van factor 2,5 in hetzelfde normstelsel, en het staat in geen enkele webshopspecificatie.
Nu de belangrijkste nuance, en die komt van twee bronnen die elkaar bevestigen. Zinkinfo Benelux schrijft over de zoutsproeitest volgens ISO 9227 dat monsters in een temperatuurgeregelde kast continu worden beneveld met een zoutoplossing van 35 graden, en stelt daar expliciet bij: "Zoutsproeitesten zijn niet bedoeld om te worden gebruikt voor vergelijkende proeven als middel om verschillende conserveringssystemen ten opzichte van elkaar te rangschikken met betrekking tot corrosiebestendigheid." De reden is dat de omstandigheden onrealistisch zijn: permanent nat, met 5 procent natriumchloride, tegenover ongeveer 2,4 procent in Noordzeewater.
De technische literatuur over de zoutsproeitest zegt hetzelfde. ASTM B117, de eerste internationaal erkende zoutsproeinorm, werd oorspronkelijk gepubliceerd in 1939 en werkt met 5 procent natriumchloride, een pH tussen 6,5 en 7,2 en een neerslagsnelheid van 1 tot 2 milliliter per 80 vierkante centimeter per uur. En dan de kern: "the salt spray test has little application in predicting how materials or surface coatings will resist corrosion in the real world, because it does not create, replicate or accelerate real-world corrosive conditions." Een uurtal zoutnevel is dus een controle op de uitvoering van een coating, geen voorspelling van hoeveel jaar je box meegaat. Wie het als levensduurbelofte presenteert, rekt de betekenis van de test op.
Zoutsproeitesten zijn niet bedoeld om te worden gebruikt voor vergelijkende proeven als middel om verschillende conserveringssystemen ten opzichte van elkaar te rangschikken met betrekking tot corrosiebestendigheid.Zinkinfo Benelux, technisch infoblad 14, geraadpleegd 26 augustus 2026

Wat doen vorst, sneeuw en ijs met je pakketbrievenbus?
Nederland is geen poolgebied, maar de winter is wel structureel aanwezig. Het KNMI geeft voor De Bilt normaal 53 vorstdagen per jaar, dus dagen waarop de minimumtemperatuur onder nul komt. In 2025 waren dat 55 dagen. De vergelijkingsnormaal op die pagina is het langjarig gemiddelde, waarbij voor januari expliciet de periode 1991 tot 2020 wordt genoemd. Datzelfde jaar was met 11,4 graden gemiddeld zeer warm, tegen een normaal van 10,5 graden. Een warmer jaar betekent dus niet minder vorstdagen.
53 vorstdagen is ruim zeven weken per jaar waarin water dat in een naad of in een slotcilinder is achtergebleven, kan bevriezen. Water zet uit als het bevriest, en dat is de reden dat vorst een naad die op zichzelf dicht was, kan openduwen. Drie dingen gebeuren er in de winter met een buitenbox.
Ten eerste condens in de vorm van rijp. De Magnus-formule voor het dauwpunt is geldig van min 40 tot plus 50 graden, en het dauwpunt kan dus onder nul liggen. Ligt het onder nul, dan slaat het vocht niet als druppels maar als rijp neer aan de binnenzijde van de plaat. Bij het eerste zonnetje smelt dat en dan heb je pas water in de box, uren nadat het is neergeslagen.
Ten tweede sneeuw op en onder de klep. De zelfsluitende inwerpklep is volgens de fabrikantensamenvattingen een normeis: de klep moet zich onafhankelijk van opstelplaats en montagewijze na het posten zelfstandig sluiten. Een laag natte sneeuw op de klep, of een kluitje sneeuw dat onder de rand blijft liggen, kan die klep laten hangen. Dan is een box die aan de norm voldoet, op dat moment een open kast. Dit is een van de weinige punten waar een gebruiker echt zelf iets kan doen: veeg de bovenzijde en de kleprand vrij als er sneeuw ligt.
Ten derde ijs in het slot. Hier stuiten wij op een blinde vlek in de openbare informatie, en die noemen wij expliciet. Wij hebben acht pagina's van twee bekende leveranciers van smeermiddelen en sloten geprobeerd, en alle gaven een 404 of bevatten geen slotonderhoud. Er is dus in dit onderzoek geen fabrikantenadvies over smeermiddelen bij vorst vastgesteld. Wat wel en niet in een bevroren cilinder mag, en waarom heet water averechts werkt, kunnen wij niet met een bron onderbouwen. Wie een cijferslot of een smart lock overweegt, vindt de vergelijking in cijferslot, sleutelslot of smart lock.
Ook de laagste ooit in Nederland gemeten temperatuur hebben wij niet uit een KNMI-bron kunnen ophalen: beide extremenlijsten gaven een 404. Dat getal staat daarom niet in dit artikel, want een cijfer uit het hoofd is geen cijfer.
Wat doet vocht met karton en wie is aansprakelijk als je pakket nat wordt?
De box is een middel, de inhoud is het doel. Vrijwel elk pakket dat in Nederland bezorgd wordt, zit in golfkarton, en golfkarton is een materiaal dat vocht opneemt en er zijn sterkte aan verliest. De technische literatuur geeft een vochtgehaltebereik van 6,5 tot 9,5 procent, met de toelichting dat karton onder een bepaalde grens gaat scheuren en boven die grens stapeldruksterkte verliest. Dat is waarom een doos die nat is geweest, slap aanvoelt en waarom de bodem het als eerste opgeeft als je de doos optilt.
Wat wij niet hebben gevonden, is een percentage sterkteverlies bij een gegeven relatieve vochtigheid, en ook geen Cobb-waarden voor waterabsorptie van pakketkarton. Er is dus geen bron waarmee je kunt zeggen dat een doos bij zoveel procent luchtvochtigheid zoveel procent van zijn sterkte kwijt is. Het mechanisme staat vast, het getal niet.
Wat vervoerders over vocht zeggen
Weinig, is het antwoord. Wij hebben op 26 augustus 2026 drie PostNL-pagina's over verpakken en bezorging bekeken. In de opgehaalde tekst over verpakken staat als reden voor goed verpakken dat pakketten over transportbanden door sorteermachines gaan en in containers worden gestapeld. Over vocht, water, regen, waterdicht verpakken, dubbelgolfkarton of opvulmateriaal staat er in de opgehaalde tekst niets. De onderliggende tekstblokken worden via JavaScript ingeladen en waren voor ons niet op te halen, dus wij zeggen niet dat PostNL er niets over schrijft, wij zeggen dat het niet in de door ons opgehaalde tekst stond.
De verpakkingsrichtlijnen van DHL waren voor ons niet te bereiken: twee pagina's gaven een 404. En de algemene voorwaarden van PostNL zijn wel geïndexeerd, in drie categorieën, maar de onderliggende pdf-bestanden met de aansprakelijkheidsartikelen en de maximumbedragen konden wij niet openen. Er is in dit onderzoek dus geen enkele vervoerdersvoorwaarde over waterschade of over aansprakelijkheid na bezorging in een box vastgesteld. Dat is een grote gaping in de openbare informatie en het is geen detail: het gaat over de vraag wie de rekening krijgt.
De afgesproken plek, en waarom die categorie belangrijk is
Op de pagina over bezorging bij afwezigheid noemt PostNL als alternatieven: "Dan bezorgen we je pakket bij de buren of bij een PostNL-punt." En verderop: "Bijvoorbeeld bij een PostNL-punt of pakketautomaat in de buurt. Of op een afgesproken plek, zoals je schuur." Op die pagina noemt PostNL geen pakketbrievenbus of pakketbox als bezorgoptie, en er staat niets over wie verantwoordelijk is nadat het pakket op een afgesproken plek is achtergelaten. Zie de PostNL-pagina over niet thuis bij bezorging.
Die formulering "op een afgesproken plek, zoals je schuur" is juridisch precies de categorie waarin een pakketbrievenbus valt, en de gevolgen daarvan werkt PostNL op die pagina niet uit. Wie wil weten hoe dat in de praktijk uitpakt en wat een bezorger wel en niet mag, leest mag PostNL een pakket in je pakketbrievenbus doen en wat elke vervoerder doet.
Bij de toezichthouder is het beeld hetzelfde. Het consumentenloket van de ACM heeft onder het thema Post zes pagina's: geen reclame in de brievenbus, klachten over postbezorging, eisen aan mijn brievenbus, de aangetekende brief als bewijs, de prijs van postzegels, en een brievenbus of servicepunt dat verdwijnt. Er is geen ACM-pagina over een beschadigd of nat pakket en geen ACM-pagina over aansprakelijkheid bij bezorging op een afgesproken plek. De ACM stelt ook geen watereis aan een brievenbus, zoals eerder in dit artikel bleek uit de eisenlijst. Kortom: er is een toezichthouder, er zijn eisen, en water komt in geen van beide voor.
Welke acht vragen stel je een verkoper over regendichtheid?
Omdat er geen norm en geen klasse is, moet je zelf toetsen. Hieronder staan acht vragen die je aan elke verkoper of fabrikant kunt stellen, ongeacht merk. Ze zijn zo geformuleerd dat een antwoord in de vorm van "weerbestendig" of "hoogwaardige materialen" niet volstaat. Print ze uit, of houd ze open op je telefoon in de winkel.
- Is de box op waterindringing getest, en volgens welke methode? Vraag om de methode, niet om het oordeel. Als het antwoord de norm noemt, vraag dan welk onderdeel van welke norm en welke uitkomst er gemeten is.
- Is er een IP-code, en op welk deel van de kast heeft die betrekking? Wij vonden bij geen enkele fabrikant een gepubliceerde IP-code. Wordt er toch een genoemd, vraag dan of het IP44, IP54, IP55 of IP65 is, want dat is het verschil tussen sproeien en een straal van 12,5 liter per minuut.
- Sluit de inwerpklep zichzelf, in elke montagepositie? Dit is een normeis volgens de fabrikantensamenvattingen. Laat het voordoen: klep openen, laten vallen, kijken of hij volledig terugvalt.
- Zit er een overstek of druiprand boven de klep en boven de deur? Kijk of de bovenrand over de opening heen valt of erachter wegduikt. Dat is met een vinger te voelen.
- Hoe loopt de naad tussen kap en romp? Overlappen de platen in de looprichting van het water, of staan ze stomp tegen elkaar? Een overlap in de goede richting is gratis, en werkt altijd.
- Zitten er drainage- of ventilatiegaten, en waar precies? Op het laagste punt van het pakketvak hoort water weg te kunnen. Zonder afvoer blijft de bodem van een doos in een laagje water staan.
- Wat zit er op het staal, en in welke dikte? Vraag naar verzinken en naar de coating erover. Een duplexsysteem, dus coating over zink, is niet hetzelfde als coating direct op staal.
- Wat is de zoutsproeiklasse, en wat betekent die volgens de leverancier? Noemt iemand 240 uur, vraag dan of hij weet dat de brancheorganisatie voor verzinken stelt dat zoutsproeitesten niet bedoeld zijn om conserveringssystemen onderling te rangschikken.
Krijg je op zeven van de acht vragen geen concreet antwoord, dan weet je iets belangrijks: er is niets gemeten of er is niets gepubliceerd. Dat is niet per definitie een slechte box, het betekent dat je op de opbouw moet beoordelen en niet op de tekst. Bij het bepalen van je budget helpt wat kost een goede pakketbrievenbus, waarin we uitleggen waar je geld naartoe gaat.
Wat kun je zelf doen om je box droger te houden?
De plek waar de box staat, doet meer voor de droogheid van je pakketten dan welke specificatie ook. Briefkasten-Manufaktur noemt slagregen, opspattend water en het ontbreken van een overkapping als de drie dingen die je al bij het plannen van de opstelplaats moet meewegen. Dat is het enige plaatsingsadvies over water dat wij bij een fabrikant vonden, en het is een goed advies.
Drie maatregelen die wij als eigen advies geven, zonder bronclaim, want voor deze drie hebben wij geen citeerbare publicatie gevonden. Een: zet de box op een verhoging, zodat regenwater dat op de bestrating blijft staan de onderrand niet raakt. Twee: zorg dat er op het laagste punt van het vak een afvoer is en houd die vrij van bladafval, want een verstopt gaatje is geen gaatje. Drie: controleer twee keer per jaar de naden en de kleprand, bij het opruimen van de tuin in het najaar en in het voorjaar. Vijf minuten werk.
Verplaats je de box om hem droger te zetten, houd dan de plaatsingseisen in het oog die de Postregeling 2009 stelt: de gleuf op 1,1 meter, niet lager dan 0,6 en niet hoger dan 1,8 meter volgens artikel 6 lid 2, en bereikbaar binnen tien meter van de grens van de weg volgens artikel 5 lid 4. Het consumentenloket van de ACM en PostNL noemen dezelfde getallen in centimeters. De bezorger moet je brievenbus goed kunnen vinden en er makkelijk bij kunnen komen. Een box die onder een diep overstek achter het huis staat, is droog en wordt overgeslagen. Waarom dat gebeurt, staat in waarom je bezorger je pakketbrievenbus overslaat. Voor een wandmontage zonder problemen in de gevel is er wandmodel ophangen zonder lekkage of koudebrug, en voor een zuil in de tuin vrijstaand plaatsen: fundering, hoogte en de tienmeterregel. Zet je een zuil vast, doe dat dan op tegels of in beton; hoe dat werkt staat in pakketbrievenbus verankeren.

Hoe is een BunnyBox opgebouwd en welk model past bij jouw plek?
Tot hier ging dit artikel over de markt en over de techniek. Nu de feiten over onze eigen modellen, en niets meer dan de feiten. Alle series zijn gemaakt van 0,7 mm verzinkt staalplaat met een extra coating, dus coating over zink. De inwerpklep zit aan de bovenzijde, waar de bezorger hem gebruikt. De deur waar jij het pakket uithaalt, heeft een sleutelslot en er horen twee sleutels bij. De kleuren zijn RAL 9005 zwart, RAL 9010 wit, RAL 7036 platinum silver en RAL 7016 antraciet, plus combinaties met donker teak of licht eiken. Wij maken ze zelf in onze eigen fabriek, en dat is de reden dat we over materiaal en opbouw exact kunnen zijn.
| Model | Type | Pakketten tot, in mm | Buitenmaat, in mm | Post en pakket | Montage |
|---|---|---|---|---|---|
| Compact | wandmodel | 300 x 200 x 200 | 365 x 250 x 450 | aparte gleuf, 1 vak | voorgemonteerd geleverd |
| Style | staande zuil met houtlook front | 350 x 320 x 200 | 380 x 365 x 1000 | aparte gleuf, 1 vak | bouwpakket |
| Home | staand vrijstaand | 370 x 320 x 210 | 410 x 380 x 1020 | 1 vak | bouwpakket |
| Plus | hoge staande zuil | 450 x 320 x 210 | 500 x 370 x 1120 | aparte vakken | bouwpakket |
Twee dingen vallen op als je die maten naast de eisen van de ACM legt. De staande modellen zijn 100 tot 112 centimeter hoog, dus de inwerpopening zit in de band van 0,6 tot 1,8 meter die artikel 6 lid 2 van de Postregeling 2009 voorschrijft, en dicht bij de 1,1 meter die daar als maat wordt genoemd. Dat maakt de keuze voor een zuil ook een praktische keuze voor de bezorger. En het pakketvak van een staand model is bijna een halve meter hoog, dus er gaat een week aan bestellingen in: in de Home en de Style passen maximaal 14 boekverpakkingen, in de Plus 18, en in elk staand model vier schoenendozen. Telefoondozen: 40 in de Home en de Style, 42 in de Plus, 9 in de Compact.
Zo kies je in de praktijk. Heb je een gevel of een berging naast de deur, dan is de Compact het wandmodel, en dat is de enige serie die voorgemonteerd geleverd wordt: uitpakken, ophangen, klaar. Wil je een zuil met een houtlook front en een aparte brievengleuf, dan is de Style het antwoord. Wil je het grootste pakketvak van de staande modellen met een enkel vak, dan is de Home dat. Bestel je vaak dozen die dieper zijn dan 370 mm, of wil je post en pakketten strikt gescheiden houden, dan is de Plus het model: pakketten tot 450 x 320 x 210 mm en post in een apart vak. Twijfel je nog, dan loopt welke BunnyBox past bij mij de vier modellen langs, en welke maat pakketbrievenbus heb ik nodig begint bij je eigen bestelgedrag. Altijd iemand thuis met een BunnyBox.

Bekijk de modellen
Veelgestelde vragen over een waterdichte pakketbrievenbus
Bestaat er een waterdichte pakketbrievenbus?
Er bestaat geen norm die een pakketvak op regen classificeert, dus er bestaat ook geen officieel keurmerk waarmee een fabrikant "waterdicht" mag aantonen. EN 13724:2013 gaat over inwerpopeningen en kent inwerpmaat-klassen, geen waterklassen. Beoordeel een box daarom op opbouw: overstek boven de openingen, een zelfsluitende klep, overlappende naden en een afvoer op het laagste punt.
Wat betekent IP44 bij een brievenbus?
IP44 betekent volgens IEC 60529 bescherming tegen spattend water uit elke richting, getest met een oscillerende buis gedurende 10 minuten of met een sproeikop gedurende 5 minuten. De IP-code is bedoeld voor omhulsels van elektrisch materieel tot 72,5 kV, dus bij een brievenbus zonder elektronica is het een informatieve aanduiding en geen normconformiteit. Wij vonden bij geen enkele brievenbusfabrikant een gepubliceerde IP-code.
Waarom is mijn pakket nat terwijl het niet geregend heeft?
Dat is condens. Als de staalplaat door nachtelijke uitstraling onder het dauwpunt afkoelt en er daarna vochtige lucht langs komt, slaat waterdamp aan de binnenzijde van de plaat neer. Het KNMI omschrijft het dauwpunt als de temperatuur waarbij waterdamp begint te condenseren door afkoeling van de lucht, en buiten kan de relatieve vochtigheid oplopen tot 100 procent.
Hoeveel regen krijgt een pakketbrievenbus in Nederland te verwerken?
De normale jaarlijkse neerslagsom in Nederland is 795 mm. In 2025 viel landelijk gemiddeld 613 mm op de automatische KNMI-stations, en dat jaar gold als droog. Het aantal regendagen per jaar publiceert het KNMI alleen in de interactieve klimaatviewer; wij konden daar geen getal uit ophalen en noemen er daarom geen.
Wat doet vorst met een pakketbrievenbus?
Het KNMI geeft voor De Bilt normaal 53 vorstdagen per jaar, in 2025 waren het 55. Water dat in een naad of in een slotcilinder achterblijft, kan in die periode bevriezen en uitzetten. Sneeuw op of onder de inwerpklep kan die klep laten hangen, en een klep die niet volledig terugvalt is de meest directe waterweg naar binnen. Veeg de bovenzijde en de kleprand vrij bij sneeuw.
Is 240 uur zoutsproeitest een goed kwaliteitsargument?
Als controle op de uitvoering van een coating wel, als levensduurbelofte niet. EN 1670 verbindt 240 uur aan graad 4 en 96 uur aan graad 3. Zinkinfo Benelux stelt dat zoutsproeitesten niet bedoeld zijn om conserveringssystemen onderling te rangschikken, omdat de omstandigheden onrealistisch zijn: permanent nat met 5 procent zout, tegenover ongeveer 2,4 procent in Noordzeewater.
Welk materiaal is het beste voor een brievenbus buiten?
Verzinkt staal met een coating erover, een duplexsysteem, is de best onderbouwde combinatie: de coating houdt water van het zink en het zink beschermt het staal waar de coating beschadigd raakt. Bij een zinklaag van 55 micrometer geldt in corrosiviteitscategorie C3 een verwachte duur tot eerste onderhoud van 50 tot meer dan 100 jaar. Voor kunststof, aluminium en roestvast staal buiten vonden wij geen citeerbare bron, dus daarover doen wij geen uitspraak.
Wie is aansprakelijk als mijn pakket in de box nat wordt?
Dat is publiek niet uitgewerkt. Het consumentenloket van de ACM heeft geen pagina over een nat of beschadigd pakket en geen pagina over aansprakelijkheid bij bezorging op een afgesproken plek. PostNL noemt "een afgesproken plek, zoals je schuur" als bezorgoptie zonder de gevolgen daarvan te beschrijven, en de aansprakelijkheidsartikelen uit de algemene voorwaarden konden wij niet openen. Leg afspraken over de bezorgplek dus zelf vast en fotografeer schade meteen.
Mag ik mijn pakketbrievenbus onder een overstek zetten?
Ja, en het is de beste plek die er is. Houd je wel aan de plaatsingseisen uit de Postregeling 2009: de brievengleuf tussen 0,6 en 1,8 meter hoog met 1,1 meter als maat in artikel 6 lid 2, en bereikbaar binnen tien meter van de grens van de weg volgens artikel 5 lid 4. De bezorger moet de bus goed kunnen vinden en er makkelijk bij kunnen komen.
Helpen drainagegaten in een pakketbrievenbus?
Een afvoer op het laagste punt zorgt dat er geen laagje water blijft staan waarin de bodem van een kartonnen doos staat, en ventilatie voert vochtige lucht af voordat die condenseert. Wij hebben hiervoor geen bouwfysische publicatie met een cijfer gevonden, dus wij geven dit als eigen advies met een uitgelegd mechanisme en niet als gemeten waarde. Houd de opening vrij van bladafval.
Let op. Dit artikel is opgebouwd uit primaire bronnen waar die bestaan, en het benoemt expliciet waar ze ontbreken. Laatst gecontroleerd op 26 augustus 2026. Wij werken deze pagina twee keer per jaar bij, en direct zodra een normuitgever, een vervoerder of de ACM iets over water publiceert.
Bronnen, alle geraadpleegd op 26 augustus 2026. NEN, NEN-EN 13724:2013, gepubliceerd 1 april 2013, 33 pagina's, 92,65 euro. IEC Webstore, IEC 60529:1989 plus AMD1:1999 plus AMD2:2013 CSV, editie 2.2, gepubliceerd 29 augustus 2013. ISO, ISO 12944-2:2017, editie 2, gepubliceerd november 2017. Normtekst EN 1670 met de vijf corrosieklassen, gehost door een derde partij. Postregeling 2009, artikel 5 lid 4 en artikel 6 lid 2, geldend sinds de intrekking van het Besluit brievenbussen op 1 april 2009. ACM consumentenloket, eisen aan mijn brievenbus, en het thema Post met zes pagina's. KNMI, uitleg vochtigheid en dauwpunt. KNMI, jaaroverzicht 2025 met 613 en 795 mm neerslag, 11,4 en 10,5 graden en 55 en 53 vorstdagen. KNMI klimaatviewer, neerslag en verdamping, periode 1991 tot 2020. PostNL, niet thuis bij bezorging, en twee pagina's over verpakken en versturen. Zinkinfo Benelux, technisch infoblad 10 over corrosieweerstand van thermisch verzinkt staal en technisch infoblad 14 over de zoutsproeitest, plus infoblad 31 als vindplaats over poeder op zink. CWU, European Regulation EN 13724 for Post Boxes, document geüpload februari 2018. Max Knobloch en de Knobloch-configurator over DIN EN 13724. Briefkasten-Manufaktur, blog over DIN EN 13724. Cenator, informatiepagina over de DIN- en EU-norm 13724. Homepages van Allux, Bravios, Logixbox, Frabox en Bloq.it. Technische naslag over de IP-code, dauwpunt, zoutsproeitest, thermisch verzinken, poedercoating en golfkarton. Niet vastgesteld op deze datum: de normtekst van EN 13724 zelf, de testparameters van de regentest, het debiet van de IPX4-test, een IP-code bij een brievenbusfabrikant, de pagina's van eSafe, Renz, Burg-Wächter, Keilbach en Parcel Home, het aantal regendagen per jaar, de laagste ooit in Nederland gemeten temperatuur, en de aansprakelijkheidsartikelen uit de voorwaarden van PostNL.
Alle kennisbankartikelen staan bij elkaar op de BunnyBox kennisbank.



